Ik ben dol op mijn moestuin, maar ik moet eerlijk zijn: ik ben een makkelijke tuinier. Geen perfectionist bij wie de boontjes strak in de rij staan.

Ik hou van planten die zichzelf redden. Geen wonder dat mijn tuin vol staat met frambozen, bramen, bessen en veel kruiden. Hoef ik weinig aan te doen en ze geven een heerlijke oogst.
Toch heb ik af en toe een enthousiaste bui. Zoals vorig najaar, toen ik andijvie zaaide. Die kwam een beetje op, maar toen werd het winter en stopte de andijvie met groeien. In het voorjaar oogstte ik een kropje voor de stamppot, maar de rest bleef staan. Met het mooie weer schoten de kroppen genadeloos door (dat betekent dat je schattige kropje verandert in een hoge stengel die bitter smaakt. Bah!).
Een nette tuinier haalt zo’n doorgeschoten groente weg en zaait iets nieuws. Maar ik was er nog even niet toe gekomen. Vanmiddag viel mijn blik in de tuin plots op een wonderlijk mooi blauw bloempje. Heel bijzonder! Dit had ik nog nooit gezien. Totdat ik eens goed keek: het was de doorgeschoten andijvie, in bloei. Prachtig!
Voor mij zit er een mooie zacht-werken-les in. Je kunt precies doen zoals het hoort, netjes werken. Maar het is ook interessant om de dingen op hun beloop te laten; eens kijken wat er gebeurt als je niets doet. Soms word je verrast door een prachtig resultaat. Zoals de blauw bloeiende andijvie.


“Mam, kom je nou?!” Hij staat rustig op me te wachten. Ook al is hij nog maar tien, hij weet inmiddels dat dreinen geen effect heeft als ik ‘nog eventjes’ dat laatste mailtje wil doen. Maar uit zijn lichaamstaal spreekt ongeduld, zoals alleen jongetjes van tien dat kunnen laten zien. In zijn voetbalshirt en broek staat hij een paar meter achter me en hij loopt niet meer weg. Ik sla zuchtend mijn laptop dicht, doe een snelle blik op de klok: “Oei, is het al zo laat!”